HART is een nieuwe ontbijt- en lunchzaak in het hartje van Antwerpen. Sinds enkele weken kan je daar de veganistische keuken leren kennen. Een interview met de uitbaatster Karen.

Wat is het concept van HART?

“Met HART wil ik veganisme uit het geitenwollensokkenimago halen. Ik wil de doorsnee mensen bereiken die nog nooit van veganisme hebben gehoord en ervoor zorgen dat de drempel laag is zodat iedereen hier kan binnenkomen. Mensen denken vaak dat veganisme zeewier is of champignon-schimmels, maar ik wil ze laten zien dat sommige dingen op zichzelf al vegan zijn, zoals soep of een bruschetta met tomaatjes. Je hoeft het niet ver te zoeken.”

Waarom ben je zelf veganistisch?

“Zelf ben ik veganistisch geworden door yoga. Ik had een kantoor job, studeerde rechten in de avondschool en zat veel neer. Er was een yogastudio tegenover mijn huis dus besloot ik dat eens te proberen. Ik vond het zoiets prachtigs dat ik daarna naar India ben geweest op een yoga-teacher training, een maand en dan nog eens zeven maanden. Dankzij yoga ben ik meer bewust geworden van de wereld rondom mij, de interactie met mensen en tegenover dieren. Ik was al vegetariër maar wilde graag eens veganisme proberen, en dat beviel me.”

Hoe kwam je dan op het idee om zelf een restaurantje te beginnen?

“Ik heb altijd al in de horeca gewerkt. Ik ben ook al vijftien jaar vegetarisch en de afgelopen vier jaar dus ook veganistisch. Daarom dacht ik om die twee dingen te combineren. Ik werk graag heel hard. Op andere jobs verveelde ik me snel omdat er niet genoeg uitdaging was. Nu met mijn eigen zaak moet ik echt alles geven en meer. En die uitdaging die ik hier heb vind ik zo leuk. Hopelijk kan ik binnenkort een zaak uitbouwen die bloeit en waar ik van kan leven. Misschien lukt dat wel als ik hard genoeg werk!”

“Sinds ik hier ben komen studeren, ben ik nooit meer teruggegaan naar Limburg. Antwerpen is gewoon zalig en toch had ik nooit gedacht dat ik hier mijn eigen zaak zou hebben. Het pand stond leeg, maar niet te huur. Mijn vriend die vastgoedmakelaar is, vond de gegevens van de eigenaar en een week later had ik het pand gehuurd.”

En dit doe je allemaal alleen?

“Als startende zaak durf ik nog niemand vast in dienst te nemen. Ik heb ook enorm veel geïnvesteerd in HART, maar het valt nog af te wachten of ik genoeg ga verdienen. Ik werk vooral met jobstudenten, met jonge mensen want dat vind ik fijner. Zij zitten nog niet in de dagelijkse sleur van de werkende mens. Ik vind ze fris en enthousiast en vaak vinden ze het ook leuk om te komen werken.”

Waar haal je de menu’s en producten vandaan?

“Alles wat op de menukaart staat, eet ik zelf heel graag. Verder heb ik niet echt gezocht. Soms haal ik wel inspiratie uit kookboeken maar verder zijn het simpele gerechtjes die ik zelf graag klaarmaak.
De producten die ik gebruik, vind ik gewoon in de Delhaize. Het zijn niet echt speciale ingrediënten, enkel veganistische kaas, tofu, plantaardige melk en veel noten. Verder gebruik ik ook groenten, fruit en granen. Het is waar dat er nog geen groothandels bestaan die veganistische producten leveren en dat is wel jammer.”

Heb je het pand zelf ingericht?

“Voor de inrichting heb ik samengewerkt met een interieurarchitect, Dries Otten. Ik had een paar ideeën en die heeft hij dan uitgetekend. Het resultaat is dus een combinatie van onze ideeën samen. Ik heb alles heel gevoelsmatig gedaan en stap voor stap. In mei huurde ik het pand, maar ik ben pas in oktober open gegaan, dus er is veel werk gekropen in de inrichting.”

Is dit nu de droom?

“Dit is het voorlopig wel, maar ik wil graag nog uitbreiden op eén of andere manier. De eerste stap is alles bolwerken hier en dan misschien ontbijt- en lunchpakketjes aanbieden, wie weet ook een kookboekje uitbrengen. Het is niet mijn bedoeling om een imperium uit te bouwen en de manager te worden van drie zaken. Ik ben al zo dankbaar dat ik dit kan doen want niet iedereen krijgt die kans. Ik had gelukkig al wat gespaard door te werken. Sommige mensen kopen een huis en ik doe dit. Het is een risico dat ik graag neem want ik ben heel gelukkig.”