Voor ATV-icoon Marc Fransen eindigde twee weken geleden een deel van zijn loopbaan. Het nieuwsanker stopte na 20 jaar met nieuwslezen en is nu volledig op pensioen. Den Triangel kon de Wilrijkenaar strikken voor een interview over zijn tv- en zangcarrière en de stad. “Optreden in de Bourla of de Arenberg, dan moet je er goed bij stilstaan over wie je is voorgegaan.”

Een regenachtige zondagnamiddag, niet bepaald de meest leuke setting voor een interview met een BA (Bekende Antwerpenaar) op zijn werk. Toen nog. Gelukkig is iedereen bij ATV even vriendelijk wanneer we vragen waar Marc Fransen zit. (In het Antwerps) “Je hebt geluk want ik was het compleet vergeten. Mijn zetel lag te goed.”

Marc, als je kan terugkijken op 20 jaar in de journalistieke wereld, wat blijft je dan het meeste bij?

“Ik was eens in Londen om Rod Stewart te interviewen en aan de oevers van de Theems mocht ik zeggen: ‘Dit was Marc Fransen voor ATV vanuit Londen’. Dat was echt plezant om te doen. Maar ik heb zoveel meegemaakt. De dernyspektakels, de 10 Miles. De begrafenissen van Gaston Berghmans, La Esterella en Nonkel Bob. Da’s dan wel iets minder leuk, uiteraard. Ik heb ook mijn muzikale jeugdidolen mogen interviewen. The Troggs, Middle of the Road, maar ook Lionel Ritchie, Donna Summer, Adamo.”

Is er een nieuwsfeit dat je altijd zal bijblijven?

“De moorden van Hans Van Themsche. Ik ken Hans en de familie persoonlijk. Ik was toen les aan het geven op Pius X en opeens kreeg ik het bericht binnen van ATV. Ondertussen gingen alle scholen in lock down en moest ik uitleggen wat er aan de hand was. Er was nog geen naam bekend, wel een adres. Daar moest ik na mijn lessen naartoe en een stand-up doen voor het nieuws. Pas toen ik weer op de redactie kwam, vertelden ze mij de naam. Toen moest ik efkes buiten.”

Wat greep je zo aan behalve dat je de familie kende?

“Ik kende Hanske als het jongetje dat mee glazen stond te spoelen op de Neerlandfeesten in Wilrijk. Hij was een goedlachs, intelligent manneke. Toen ik op de rechtszaak hoorde dat het over racisme ging, dacht ik ‘waar halen ze dat nu uit?’. Die familie is alles behalve racistisch. Zijn advocaat vertelde me dat het die racistische stempel moest krijgen voor de politiek. Vlaams Belang was toen heel groot.”

In de media werd het wel omschreven als een racistische moord. Hoe was dat voor jou?

“Het was de eerste racistische moord in België. Dat staat nu zo in de annalen. Op ATV heb ik er enorm veel discussies over gehad. Ik heb toen met zijn vader gebeld en toen ik hem vroeg of er racisme mee gemoeid zou zijn, antwoordde hij heel rechtuit dat ze geen racistische familie zijn. Maar dat aanvaardden ze hier niet. ‘Dat is een vader die zijn kind probeert goed te praten.’ Hoe kan je nu iemand goedpraten die net een kind van 2 jaar en twee vrouwen heeft doodgeschoten? (één vrouw heeft het overleefd, nvdr). Maar het moest zo. En daar ga ik nu een boek over schrijven. Dat is mijn doel nu nog wat in het leven.”

Marc_Fransen4

“Op de redactie zeiden ze dat het Hans was. Ik moest buiten gaan.” – (c) Dante Bellon

Je was ook leerkracht Nederlands-Engels, keek je toen anders naar kinderen?

“Ik gaf les aan 16-jarigen, net zoals Hans toen (Hans was 18 jaar, nvdr). Ik had nooit gedacht dat iemand van die leeftijd een moord zou begaan. Tot dan. En toen dacht ik er iedere ochtend aan. Ik ben die periode ook 10 kilogram afgevallen en toch at ik nog steeds even veel. Ik kon gewoon niet meer slapen. Dat iemand bij mij in de klas een potentiële moordenaar zou zijn… Gelukkig kon ik bij de collega’s het verhaal doen en ook moest ik in de lessen vertellen over Hans en de zaak. Dat heeft me geholpen te duiden dat iedereen onschuldig is.”

Wat mogen we van dat boek verwachten?

Ik wil laten zien aan welke touwtjes er overal getrokken wordt om dingen te bereiken die van maatschappelijk belang zijn. Zo noem ik bijvoorbeeld de zaak-Van Themsche, maar ook de Lange Wapperbrug en de overkapping van de Ring die je nu overal door je strot krijgt geramd. Ik weet tot wat burgerbewegingen in staat zijn en waarom er een referendum is gekomen. Maar dat is pas voor in mijn boek.”

Het wordt dus een heuse thriller!

Anders leest niemand het! (lacht) Het begint met een racistische moord in een ‘heel fictieve’ stad waar allerlei politici, journalisten en andere figuren rondlopen met een verborgen agenda. Het speelt zich af op een krantenredactie. Ik heb ooit gezegd dat ik een boek zou schrijven over Van Themsche, zo’n jaar of zes geleden. Dat werd niet goed onthaald door enkele collega’s.”

Hoe hard heb je de stad zien veranderen?

Enorm. Mijn stad is verhard.

Letterlijk.

(lacht) Letterlijk. Al zouden ze nog wel wat meer mogen verharden want je loopt nog altijd met je voeten door de modder. Ach, ik heb de stad bijna teloor zien gaan. Heel veel maatregelen worden véél te laat genomen. Zoals het tekort aan plaatsen op school. Politici zagen dat aankomen en nu staan ze met de handen in het haar. Voor hen telt enkel het hier en nu. De toekomst kost alleen maar geld.”

Heb je als journalist/anker bepaalde dingen meegemaakt die je kon voorspellen?

“Toen Patrick Janssens in 2012 bekendmaakte dat hij met CD&V als Stadslijst naar de gemeenteraadsverkiezingen ging trekken, zeiden we dat het zijn ondergang zou worden. Hetzelfde vorig jaar met Samen. Je hebt een merk en daar moet je je aan houden. Dat je na de verkiezingen verbanden gaat sluiten, dat is logisch. Om een stad als Antwerpen te besturen, moet je samenwerken en niet bekvechten met elkaar.”

Heb je ooit het gevoel gehad dat je mensen hebt voorgelogen op tv?

“Nee. Ik maak het nieuws niet. De mensen die door weer en wind gaan om mij ’s avonds werk te geven, die verdienen een pluim. Meer dan ik. Ik breng het nieuws gewoon in de huiskamer. Alhoewel, ik had ooit eens een ‘nieuwsfeit’ dat als volgt ging: ‘Terroristische aanval in Ranst’. Nu bleek dat de hulpdiensten een oefening hielden voor mocht het ooit gebeuren. Ik wilde dat niet brengen! Toen heb ik met de eindredacteur die dag wel wat woorden gehad. En toch heb ik het niet gebracht. Maar het nieuws moest aantrekkelijk zijn op zaterdagavond.”

Marc_Fransen3

“In de Arenberg en de Bourla zit het bijna letterlijk op je schoot.” – (c) Dante Bellon

Hoe is het leven als een bekende Antwerpenaar?

“Da’s altijd plezant. Het is een deel van appreciatie, maar soms is het ook vervelend. Wanneer ik een Bolleke ga drinken in Den Engel, dan moet ik niet betalen. Als ik een volgende bestel, dan ligt het geld wel al klaar. Door de Grungblavers is de herkenning enkel toegenomen. Stan, mijn oudste kleinzoon zegt altijd: ‘Jij kent iedereen en iedereen kent jou’ en dan antwoord ik: ‘Ja, jongen. Maar ik ben ook al oud, hé’. Zalig toch.”

Het grote doel van de meeste Antwerpse artiesten is om eens in het Sportpaleis te staan. Hoe zit dat met jou?

“Dat moment zit eraan te komen. Als we met de Grungblavers tien keer de Koningin Elisabethzaal kunnen vullen, zitten we aan een Sportpaleis. Maar ik treed liever tien keer op dan één keer. En het volk zit zo ver van je. In de Arenberg en de Bourla zit het bijna letterlijk op je schoot. Toen we daar voor de eerste keer stonden, waren we ons ervan bewust waar we optraden. Op die planken hebben al grote namen gestaan. Daar moet je respect voor hebben.”

Wat zijn je meest bizarre herinneringen aan de stad?

“Twee dingen, allebei van op het Conscienceplein. Toen ik net naar de universiteit ging, zag ik met een kameraad op een ochtend Julien Schoenaerts, vader van (Mathias, nvdr), een volledige theatervoorstelling spelen. Zo zat als een snert. (imiteert Schoenaerts) Over de apologie van God en Plato. Studenten en mensen die moesten gaan werken, bleven er met open mond staan. Schitterend!

Maar het mooiste was een paar jaar daarvoor. Ik was 12 en zag Jimi Hendrix gitaar spelen aan de Carolus Borromeuskerk. Het was uit mijn gedachten gegaan, maar enkele jaren geleden kwam ik Louis Devries van de AB tegen en die vertelde mij het verhaal en toen kwam het weer boven. Je kan je zoiets niet meer voorstellen.”