20 jaar, al meerdere wereldkampioenschappen achter de rug én een jaar Belgisch kampioene snowboarden. Loranne Smans combineert haar topsport met een studie aan de Universiteit. Maar uiteraard is het niet altijd rozengeur en maneschijn, want de Olympische Spelen moest ze laten passeren door een blessure.

Loranne, wat ging er door je heen toen je dat te horen kreeg?

Voor mij is het een beetje een pechjaar geweest. In november 2016, was mijn eerste zware blessure. Ik ben toen op mijn hoofd gevallen en heb mijn schouder gebroken tijdens een trainingsstage in Stubai, Oostenrijk. Daarvoor heb ik drie maanden moeten revalideren. Het stomme was, dat in november de wereldbekers begonnen. Die telden mee als kwalificatiewedstrijden voor de Olympische Spelen, maar ik heb de eerste vijf wereldbekers daardoor gemist. In februari mocht ik terug gaan snowboarden. Ik voelde mijn schouder nog af en toe en moest die nog iedere dag intapen, maar zeker met het gedacht van de Olympische Spelen zijn we toen naar de eerstvolgende wereldbeker in Canada, in Quebec geweest. Misschien was dat een beetje te vroeg, want ik ben daar tijdens de training van de wedstrijd gevallen en mijn kruisband gescheurd. Toen moest ik minstens zes maanden revalideren, zei de dokter. Op dat moment had ik het vrij moeilijk, omdat ik wist dat die unieke kans op de Olympische Spelen was weggevallen. In het begin heb ik het daar heel moeilijk mee gehad. Toen ik terug mocht beginnen snowboarden, in het begin van het seizoen, november, januari, viel dat beter mee. Maar toen de Spelen dan echt bezig waren, had ik het soms wel moeilijk, zeker ook om die beelden te zien. Maar ja, dat hoort bij de sport, die blessures.

Ondertussen ben je weer helemaal back on track, want je sluit het seizoen af met zilver op de Europacup. Dat moet een enorme motivatie zijn voor de komende maanden?

Zeker, ik heb een heel goed seizoen gehad! Qua wedstrijden was dat een van mijn beste seizoenen, dus dat deed enorm deugd, zeker na zo’n pechjaar te hebben gehad. Maar de komende maanden doe ik het wat rustiger aan, want het seizoen is voor ons zo wat afgesloten. Corvatsch in Zwitserland, waar ik zilver haalde, was mijn laatste wedstrijd van het seizoen. De komende maanden gaat het vooral indoor trainen zijn, in België en in Nederland. In juni ga ik even focussen op mijn examens en in augustus gaan we naar Australië en Nieuw-Zeeland om te trainen voor de eerstvolgende wedstrijd van het nieuwe seizoen.

Het snowboarden loopt dus allemaal weer prima, maar je zegt het zelf ook al, de examens komen er weer aan. Is dit allemaal nog te combineren met je studie psychologie?

Ik studeer nu 3 jaar en voorlopig is dat al gelukt. Het eerste jaar dat ik studeerde, had ik mijn examens niet verplaatst en gewoon tussen mijn stages heen gepland. Dat was thuiskomen van een wereldbeker in Amerika of Zuid-Korea en enkele dagen later een examen afleggen. Je bent dan maar een paar dagen thuis om te studeren en dat was vrij zwaar. Toen heb ik besloten om dat in het vervolg anders plannen. Dit seizoen zijn de examens heel goed uitgekomen, want ik was twee weken thuis en mijn examens vielen vrij dicht opeen dus ik heb geen enkel examen moeten verzetten. Ik studeer aan de VUB en die hebben een heel goede topsportregeling. Met mijn topsportstatuut heb ik de mogelijkheid om mijn examens buiten de examenperiodes te plannen. Het is soms moeilijk, maar tot nu toe is het al gelukt.

Voel je je gesteund door je familie en vrienden, of door je omgeving in het algemeen?

 Ja, zeker. Ik krijg heel veel steun van mama, papa en mijn vrienden. Ik denk dat dat ook wel nodig is, zonder steun gaat dat bijna niet. Soms vind ik het zelf moeilijk om mijn situatie aan anderen uit te leggen. Mensen snappen dat wel, maar ze weten niet goed wat dat juist inhoudt. Iedereen in mijn omgeving is wel heel begripvol en daar ben ik hen zeer dankbaar voor.

Heb je veel moeten opgeven voor het leven dat je nu hebt?

Dat is een beetje het classic verhaal van een topsporter; je mist het echte studentenleven, het uitgaan enz. Dat klopt, maar wij gaan ook wel eens iets drinken na een wedstrijd of als ik in België ben, ga ik ook wel eens uit. Maar alle ervaringen, herinneringen en het rondreizen wegen nog steeds op tegen hetgeen dat je opgeeft. Ik heb het er allemaal zeker voor over en zie het zelfs niet als een opoffering.

Als je nu met zilver eindigt, wat zijn dan de plannen of je ambities voor de toekomst? Misschien heb je wel gouden plannen?

Ik heb dit seizoen mijn eerste World Cup Podium gereden. Op een Europa Cup heb ik al eens een eerste plaats behaald. Maar zeker op een wereldbeker zou ik graag eens een eerste plaats behalen. Het eerstvolgende grote doel gaat het WK in 2019 zijn. Iets om naartoe te werken en vooral naar uit te kijken!