Voor leerlingen is poëzie een ver-van-mijn-bed-show, dus is het aan de leerkrachten Nederlands om ze er toch mee in contact te brengen. Volgens Jan De Jong, leerkracht Nederlands in het Mater Salvatoris Instituut in Kapellen, wordt poëzie meestal op een heel stiefmoederlijke manier behandeld. Toch probeert hij de leerlingen warm te maken voor poëzie.

“Als je aan leerlingen vraagt wat poëzie is, dan denken ze vaak dat het moet rijmen, dat het moeilijk en onverstaanbaar is”, aldus De Jong. Hij probeert in te spelen op hun leefwereld en dat is volgens hem dé manier om de leerlingen mee te krijgen. “Vroeger gaf ik poëzie veel meer op de klassieke manier, zoals ik het gekregen had. Ik ben daar uiteindelijk van afgestapt. Hiervoor behandelde ik dichters als Guido Gezelle, maar ik merkte dat gedichten van bijvoorbeeld Joke van Leeuwen veel toegankelijker waren voor de leerlingen.”

Jongeren weten niet hoe vaak ze eigenlijk in aanraking komen met poëzie. Liedjes zijn de gedichten van nu en ook De Jong weet dat muziek veel toegankelijker is voor de leerlingen. “Als je vertrekt vanuit liedjesteksten uit hun leefwereld en je stapt dan over naar poëzie, heb je de leerlingen veel beter mee. In ‘Dat ik je mis’ van Maaike Ouboter zitten bijvoorbeeld heel veel stijlfiguren en rijmschema’s.”

Terwijl veel mensen denken dat poëzie stilaan uitdooft, is dat volgens De Jong niet het geval. “Ik kan niet zeggen dat het toeneemt en ik kan niet zeggen dat het afneemt. Het blijft constant. Elk jaar zijn er leerlingen die poëzie in hun leesportfolio steken. Dat kunnen dan zelfgeschreven gedichten zijn of gedichten die voor hen belangrijk zijn. Er zijn heel wat leerlingen die het niet gemakkelijk hebben en dan merk ik dat zij hun toevlucht vinden in poëzie.”

Hoe belangrijk poëzie ook is voor sommige leerlingen, er is niet genoeg tijd om het uitgebreider te behandelen. “Hoewel ik geen poëziefan ben, zou ik het graag meer geven. Er moet echter zo veel behandeld worden binnen het vak Nederlands dat er gewoon geen tijd voor is. Puur pragmatisch gezien, zullen ze toch net iets meer zijn met vaardigheden als gestructureerde teksten schrijven en info uit nieuwsberichten halen.”

De aandacht voor poëzie hangt echter af van school tot school. In het Mater Salvatoris Instituut organiseren ze buiten het vak Nederlands een poëziedag. Heel de school, dus alle leerlingen en leerkrachten, doen mee. “We hebben eens de leerkrachten de speelplaats op gestuurd met een paraplu met gedichtjes aan. Leerlingen hadden op voorhand naar gedichtjes gezocht met complimentjes in. Op de poëziedag mochten alle leerlingen er dan eentje uitkiezen. Dat was een heel geslaagde editie.”