De elektrische deelsteps van Bird doen sinds september hun intrede in de stad. Volgens Frederik Elsermans, kabinetsadviseur Mobiliteit, worden de systemen veelvuldig gebruikt en bestaat er een strenge reglementering voor de uitbaters. Twee studenten en een mobiliteitsexperte geven hun mening over het systeem en brengen de voor- en nadelen in kaart.

Chloe Minnen, student (24 jaar):

‘De deelsteps van Bird vielen mij op omdat ik vind dat ze er leuk uitzien en ze zijn heel simpel te gebruiken. Je downloadt de app ‘Bird’, je zoekt een step bij jou in de buurt op de kaart, je betaalt vervolgens met Mastercard en je bent vertrokken. Ik gebruik de steps omdat ik redelijk ver van mijn school op kot zit en je wil als student zolang mogelijk uitslapen. Je moet je ook niet inspannen en je kan ze, na gebruik, achterlaten waar je wil.’

‘Vroeger had ik een abonnement op de rode Velo’s. Dat heb ik niet zoveel gebruikt want vaak stonden er geen fietsen meer in het dichtstbijzijnde station. Stations stonden soms ook vol waardoor je in alle haast nog een plaats moest zoeken om je fiets kwijt te kunnen.’

‘Ik vind de steps best prijzig. Je betaalt 1 euro startbedrag voordat je de step kan gebruiken en daarna komt er 15 eurocent per minuut dat je stept bij. Na 9 uur ‘s avonds kan je ze niet meer gebruiken omdat ze moeten worden opgeladen door de ‘chargers’. Ik zou het fijn vinden om er ’s nachts, na het uitgaan, mee naar mijn kot te rijden. Dat geeft toch meer een veilig gevoel.’

Evelien Van Bockstal, mobiliteitsexperte:

‘Ik ben zeer enthousiast over de deelsteps. Ze komen almaar meer in het straatbeeld en het is een heel makkelijk vervoermiddel. De plooifiets vind ik lomp en wat zwaar, maar de step is heel praktisch. Ook neemt ze weinig plaats op straat in en dat is in Vlaanderen met ons ruimtebeleid handig.’

‘Een nadeel is dat de deelfiets geen vaste stalplaats heeft. De step blijft wat rondslingeren in de stad. Ik hoop dat de stadscentra steeds meer autovrij zullen worden gemaakt. Het is leuk dat zulke initiatieven zoals de step hier al aan meehelpen.’

 

Mustafa (24 jaar):

‘Ik gebruik de steps omdat ze handig zijn. Ze zijn heel flexibel en manoeuvreerbaar. Met een fiets moet je veel vaker remmen en maak je grotere bochten. Ook zijn ze snel, zeker tegenover het openbaar vervoer in het stadscentrum.

‘Een nadeel is dat de steps niet gemaakt zijn voor op de kasseien op Antwerpse wegen. Je voelt de schokken redelijk hard. De app vind ik wat omslachtig. Het neemt veel tijd in beslag voordat je aan het steppen bent. Daarbij is het ook redelijk duur, De tijd blijft lopen tot de step effectief op slot ligt en tot je op ‘rit beëindigen’ hebt geduwd.’

‘Ik erger mij ook aan mensen die zich niet aan de regels houden. Ze nemen bijvoorbeeld met twee personen één step of ze gebruiken de steps op voetpaden. Dat mag wettelijk niet en ook de app verbiedt het. Mensen durven ook al eens de step mee naar huis te nemen terwijl dat ook absoluut niet mag.’

 

Frederik Elsermans (kabinetsadviseur mobiliteit Antwerpen):

‘We merken dat de deelsystemen zeer veel worden gebruikt door meerdere gebruikers in vergelijking tot de private wagen of fiets, die maar één persoon tegelijkertijd kan besturen. Dat betekent dat het systeem zeer aanvaard is en het een plaats krijgt in het openbaar domein.  De deelvoertuigen hebben ook hogere gebruikscijfers in de eerste maanden waarin ze actief zijn. Dat is nodig volgens het reglement waar aanbieders aan moeten voldoen, anders moeten ze verdwijnen.’

‘We willen geen overaanbod creëren dus hebben we een berperking gesteld op het aantal aanbieder en het aantal voertuigen in de stad. Het is de bedoeling dat de systemen die we vandaag hebben kwalitatief zijn en kunnen groeien tot een vast element in ons verplaatsingspatroon. We stellen strenge voorwaarden voor de intrede van deelsystemen en we laten enkel bedrijven toe die kwaliteit leveren voor de burger en van blijvende aard zijn.’

‘Zo zijn de steps van Lime dezelfde dag waarop ze zijn gelanceerd van het straat gehaald omdat ze niet over een vergunning beschikten. Onze handhavingsdiensten hebben ze die ochtend meteen opgemerkt en daar zijn we heel tevreden me. Zo zien we dat onze regulering tegenover de systemen werkt. We beschermen ons openbaar domein en enkel mensen met een vergunning mogen hun systeem lanceren. Zo vermijden we wanpraktijken en een te veel aan overbodige deelvoertuigen.’