Er is een nieuwe Primark geopend in Antwerpen en daar was veel lawaai rond. De Ierse kledinggigant staat erom bekend ontzettend goedkope en toch stijvolle kleding aan te bieden. Maar is het wel ethisch verantwoord om goedkope kleding te kopen? De slechte werkomstandigheden en uitbuiting van de mensen in de kledingfabrieken zouden de schuld zijn van grote winkelketens zoals Primark. Maar professor Anita Kars ziet het consumentengedrag als schuldige.

Bij Primark staat de ethiek hoog in het vaandel net omdat het zo’n gevoelig punt is. Dat staat in het groot en in het breed uitgelegd op de site van de kledingketen. “We streven ernaar om deze impact waar mogelijk tot een minimum te beperken,” staat er te lezen. “Of het nu gaat om het katoen dat in onze T-shirts wordt gebruikt, de kleurstoffen die onze fabrieken gebruiken of de manier waarop onze producten vervoerd en in de winkel verkocht worden.”

Bovendien stond in een artikel van de Standaard te lezen dat Paul Lister, directeur bij Associated British Foods, de groep die achter Primark schuilgaat, zich daar al eens over uitgesproken heeft: “Wij delen 98 procent van onze fabrieken met andere merken,” zei hij op de persconferentie in 2014 toen in Brussel het tweede filiaal van de keten geopend werd. “Het zijn dus dezelfde arbeiders die in dezelfde omgeving werken, aan hetzelfde loon. De vraag die u dan moet stellen, is niet waarom wij zo goedkoop zijn, maar waarom die anderen zo duur zijn.” Hij beschuldigde de andere kledingmerken ervan dat ze voor een T-shirt zonder kwaliteitsverschil meer vragen.

Ook net dat stelt Anita Kars, professor textielontwerp aan het KASK in Gent, in vraag. Ze legt uit dat duurzaamheid samengaat met het materiaalgebruik, de levensduur en de recycleerbaarheid en of het dicht bij huis gemaakt is. Zoals iedereen wel weet, hebben de meeste kledingstukken die je koopt al heel de wereld rondgereisd.

Kars hoopt dat het mogelijk is dat consumenten gaan inzien dat aan duurzame, eerlijke kleding een grotere prijs vasthangt. “Maar daar is transparantie voor nodig,” vindt ze. “Dat mensen duidelijker kunnen zien waar hun kleding vandaan komt, wat er in zit en dat het dan ook daadwerkelijk hier gemaakt is. De moeilijkheid bij de duurdere merken is dat je niet weet op het veel beter is, of ze wel betere materialen gebruiken. Dat mag niet gebeuren en dat is wel zo. Ik vind dat consumenten gewoon worden bedot,” zegt ze.

Professor Kars denkt dat naast de weinige transparantie ook het consumentengedrag aan de basis ligt van het probleem. ”De druk komt altijd vanuit de consumenten zelf, want die willen zo goedkoop mogelijk hun spullen kopen.” Daardoor voelen winkelketens zich verplicht om goedkoop en vaak niet duurzaam te produceren. Want duurzaamheid is duur.

Maar dat is niet alles, denkt Kars. “Ik denk dat mensen ook te snel iets nieuws willen. En dat kan niet meer. We moeten bewuster dingen kopen. Mensen kopen sneller nieuwe dingen omdat het enerzijds niet lang meegaat en anderzijds niet duur is.”

“Het is heel moeilijk om consumentengedrag te veranderen,” besluit Kars. “Het is wel belangrijk dat mensen daar bewust mee bezig zijn. Mensen moeten hun spullen meer leren waarderen en leren dat ze beter moeten omgaan met hun spullen. Zoals dat vroeger ook werd gedaan.”