Een Europees leger: dichterbij dan ooit

Pesco-akkoorden zorgen voor doorbraak in Europees defensiebeleid

Het is geen Europees leger dat militaire operaties uitvoert of een vervanging van de NAVO, maar wel een nauwere samenwerking op defensievlak tussen de EU-lidstaten. Op 13 november ondertekenden 23 van de 28 lidstaten de Permanente en Gestructureerde Samenwerking (PESCO-akkoorden). België ziet deze collaboratie op militair vlak helemaal zitten.

Hoewel de Europese landen doorheen de jaren op tal van vlakken nauwer gingen samenwerken, bleef dat op defensief niveau uit. Toch zijn er een aantal pogingen ondernomen om iets militairs uit de grond te stampen, maar die draaiden altijd op een sisser uit. In de jaren 50 mislukte het verdrag over de Europese Defensiegemeenschap met de Benelux, Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk en Italië. De EU-Battlegroups, gevechtseenheden die op korte termijn kunnen worden ingezet, kwamen nooit in actie. Als er dan toch een militaire samenwerking op poten werd gezet, stelde die vaak weinig voor. Zo kreeg onder andere de collaboratie tussen het Verenigd Koninkrijk en de West-Europese Unie de naam ‘schone slaapster’.

Wake-upcall

De afgelopen vijf jaar volgde de ommekeer. Trump die dreigt de stekker uit de NAVO te trekken, het verlies van de meest effectieve Europese strijdkracht Groot-Brittannië en de Russische annexatie van het Krim hebben Europa wakker geschud. De Europese landen lijken ervan overtuigd te zijn dat ze nationaal op militair vlak nergens staan. De EU-lidstaten kunnen in een soort Europese Defensie Unie samen militaire aankopen doen en militaire operaties opzetten, te vergelijken met de Europese Monetaire Unie van de euro.

Toch beschikt Europa vandaag niet over zelfgeproduceerde gevechtsvliegtuigen. Daarvoor moeten we nog steeds bij de Amerikanen aankloppen, want zij bieden Europa de dure F-35 gevechtsvliegtuigen aan. Is Europa militair te afhankelijk geworden van de VS? Hilde Vautmans (Open VLD, ALDE) nuanceert. “Bij de aankoop van nieuwe materialen moeten we kijken naar: wat hebben we precies nodig, aan welke technische vereisten moet het materiaal voldoen en waar kunnen we het kopen voor de beste prijs. Ik zie Amerika nog steeds als een belangrijke militaire partner. Grensoverschrijdende samenwerkingen zullen alleen maar zorgen voor een nog sterker Europa.” 

Tom Vandenkendelaere (CD&V, EVP) gaat daar tegenin. Om voor vrede te zorgen in het buitenland blijft Europa afhankelijk van de Amerikaanse wil, binnen de NAVO. (Defensie_TomVandenkendelaere(Amerikanen)_Stien.mp3)


Bart Staes (Groen, EVA) meent dat er momenteel Europees een overaanbod is aan gevechtsvliegtuigen. “Het heeft geen zin om gevechtsvliegtuigen aan te kopen ter vervanging van F-16’s. Dat zijn onnodige aankopen. We moeten op een efficiëntere manier leren omgaan met overheidsmiddelen en nagaan wat we effectief nodig hebben.”

Eerlijk verdeeld

Volgens de afspraken van de NAVO, die in tegenstelling tot het PESCO-pact niet juridisch bindend zijn, moet elke EU-lidstaat twee procent van haar bruto binnenlands product (bbp) aan defensie-uitgaven spenderen. Hoewel ze in 2011 nog bijna ten onder gingen aan de economische crisis, weten de Grieken deze norm toch te halen. Marc Tarabella (PS, S&D): “Voor België bedraagt het aandeel slechts 0,93% van het bbp. Griekenland, met een half miljoen inwoners minder dan België, spendeert dubbel zoveel aan defensie. Dat kan niet.”

PESCO wil komaf maken met loze beloftes uit het verleden, daarom zijn onder andere de financiële afspraken juridisch bindend. Denemarken, dat niet wil deelnemen aan de PESCO-akkoorden, krijgt om die reden een wettelijke uitzondering op defensiesamenwerking in de EU. Vandenkendelaere benadrukt het belang van een juridisch kader. 

Helga Stevens (N-VA, ECR) vindt dat we eerst moeten bekijken hoe we de budgetten op nationaal niveau investeren. “Elke nationale regering en elk nationaal leger mag momenteel zelf beslissen waarin ze het defensiebudget investeren. Wanneer we gezamenlijk gaan investeren in hetzelfde materiaal op Europees niveau, worden uitwisselingen tussen nationale legers veel toegankelijker.”

De weg naar een Europees leger?

De visie van een Europees leger als een zelfstandig leger is nog lang geen realiteit. De vraag is of het ooit zal bestaan. Volgens Vautmans vormen de PESCO-akkoorden een belangrijke stap op weg naar een Europees leger. “Door de wake-upcall van Trump en de brexit voel je een enorme drive forwards in het parlement. Iedereen schaart zich achter de Europese Defensie Unie. Die Europese samenwerking moet ten eerste zorgen voor een versterking van de Europese pijler binnen de NAVO. Daarna kunnen we kijken naar mijn Europese droom, een Europees leger.” 

Staes benadrukt dat we ons eerst moeten focussen op de mankementen in het huidige Europese defensiebeleid. “De PESCO-akkoorden vormen een stevige stap voorwaarts, maar enkele belangrijke zaken worden momenteel nog vergeten in het debat. Er wordt vooral gepraat over een Europees leger, terwijl een leger eigenlijk pas de laatste stap naar conflictoplossing zou mogen zijn.” 

De vraag blijft of Europa als Defensie Unie efficiënt kan functioneren, en of elke lidstaat de verantwoordelijkheid durft te nemen om een steentje bij te dragen binnen PESCO. Als het ook nu op niets uitdraait, bevestigt Europa haar imago van praatjesmaker. Aan de Belgische bereidheid zal het niet liggen. “Zeg nooit nooit in de politiek”, klinkt het onder de Belgische Europarlementariërs.

Terug naar Overzicht