Ze noemen Winston Churchill de vader van Europa, maar hij heeft niets te maken met de Europese Unie. Hij gaf het startschot voor de Raad van Europa (nvdr. Council of Europe). Op 5 mei 1949 werd door de 10 stichtende leden, waaronder België, de Raad opgericht. Pas een decennium later werden de eerste bouwstenen van de Europese Unie gelegd.

De Europese Unie en de Raad van Europa delen dezelfde vlag en hetzelfde volkslied. Tot zover de gelijkenissen. Radiostudenten Jarne Rediers en Kaat Haelen leggen je de verschillen uit.

Geen betere plaats voor de Raad van Europa dan in het Europapaleis. Het vierkante gebouw, ontworpen door Henry Bernard telt duizend kantoren en zeventien vergaderzalen. Het postmodernistisch gebouw opende zijn deuren in 1977. De Raad van Europa en het Europees parlement deelden de vergaderzaal tot 1999. Neem een kijkje in dit indrukwekkende gebouw en kom meer te weten.

Hoewel de Raad van Europa de mensenrechten beschermt en zo dus ook journalisten, ondervinden zij nog steeds problemen met die vrijheden en de democratie. Momenteel zijn er 127 journalisten die worden vastgehouden in Europa. Via het Platform voor de Bescherming van Journalistiek en Veiligheid van Journalisten wil de Raad van Europa dat probleem aanpakken.

“Door artikel 10 in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens worden journalisten beschermd”, vertelt Giuseppe Zaffuto, woordvoerder van de communicatiedienst van de Raad van Europa. “Dat betekent onder meer dat de persvrijheid en vrijheid van mening beschermd wordt. De Raad kijkt daarop toe, maar we hebben geen leger die de journalisten beschermt. We proberen via dialoog raadsleden te overtuigen, maar als dat niet volstaat en bepaalde landen de conventie niet respecteren, worden ze geschorst van de Raad. Ons laatste strafmiddel is ontheffing uit de Raad.”

Volgens Zaffuto zijn journalisten zeer belangrijk voor de Raad van Europa. “De rol van de journalist is cruciaal voor het succes van de Raad. Zij zijn onze spreekbuis en via de media leert de burger ons kennen. Toch is er nog plaats voor verbetering. De mensen weten te weinig over onze werking en wat we bereiken. Het is niet genoeg om enkel op zaterdagavond over ons te berichten.”