Over blessures vloeit genoeg inkt, maar de geestelijke gezondheid van voetballers blijft vaak onderbelicht. Over het kanaal komt daar dezer dagen verandering in.

Op zondag 30 april plukte de Engelse politie Aaron Lennon van straat. De speler van Everton wordt behandeld voor stressgerelateerde problemen, en werd voor zijn eigen veiligheid overgebracht naar het ziekenhuis. De buitenspeler kwam in 2017 slechts een handvol minuten in actie, een situatie die door coach Ronald Koeman werd afgedaan als het gevolg van fysieke kwaaltjes maar dus een diepere oorzaak kent.

Psychische moeilijkheden krijgen weinig aandacht. Na de zelfmoord van Robert Enke (2009) en Gary Speed (2011) flakkerde de discussie kort op, maar het blijft een taboe in de machowereld van het profvoetbal. Dat bevestigt ook Vincent Gouttebarge, hoofd medische zaken van FIFPro, de internationale spelersvakbond die meer dan 65.000 profvoetballers vertegenwoordigt: “Er wordt niet over mentale problemen gepraat. Dat wordt gezien als een teken van zwakte.”

Nochtans krijgen veel spelers er tijdens of na hun carrière mee te kampen. Een studie van FIFPro toonde in 2014 aan dat een kwart van de ondervraagde, nog actieve voetballers symptomen vertoonde van angst of depressies. Bij ex-profs klom dat tot een op drie. Een onderzoek van het Academisch Medisch Centrum in Nederland kwam tot vergelijkbare conclusies.

De PFA (Professional Footballers Association, nvdr) is zich al langer bewust van deze alarmerende cijfers. De organisatie richtte in 2012 een vleugel op die zich uitsluitend bezighoudt met de mentale gezondheid van haar leden. “De focus lag te veel op het fysieke aspect en te weinig op het geestelijke, terwijl de twee hand in hand gaan”, aldus Michael Bennett, head of welfare. De laatste tijd vinden meer spelers de weg naar professionele hulp. In 2016 kreeg de PFA 160 aanvragen te verwerken, en dat aantal stijgt jaar na jaar. Een goede zaak volgens Bennett: “Het is belangrijk om mensen hieromtrent bewust te maken. Zo kan het taboe stilaan verdwijnen.”

 

Geschreven door: Jonas Van Himbeeck