Het is geen geheim dat elke vierkante centimeter van de planeet zo veel mogelijk en zo snel mogelijk bebouwd wordt. Appartementsgebouwen schieten de hoogte in om plek te bieden aan de mens, oude huizen gaan tegen de vlakte om plek te maken voor die torenhoge appartementsgebouwen. Maar is het in een tijdperk waar de mens asocialer wordt door sociale media dan juist de oplossing om zoveel mogelijk samen te bouwen en te wonen? Een argument: de Together ! tentoonstelling in Le Grand-Hornu.

Voor een mens is samenwonen op zich geen ondenkbaar beeld. Menig student zal zijn studiejaren doorbrengen in een gebouw waar de keuken en eventueel de badkamer te delen zijn met medestudenten. Maar waarom zou iemand daar nog mee verdergaan eens zijn studententijd voorbij is?

De tentoonstelling over gemeenschapsarchitectuur, samengesteld door het Duitse Vitra Design Museum, toont hoe dat kan. Maquettes tonen grote gebouwen met grote gemeenschappelijke ruimtes. Je kunt zelfs binnenlopen in nagemaakte appartementen op een schaal van 1:1. Voor elke soort familie is er een mogelijkheid: een alleenstaande moeder met haar zoontje of een koppel zonder kinderen. Buiten hun eigen kleine eet- en zitruimte, slaapkamer(s) en badkamer kan iedereen samenkomen in de grotere gemeenschappelijke keuken en zitruimte. Die zitruimte bevat enkele gekke concepten, zoals twee persoonlijke lockers per bewoner en een gemeenschappelijk rek waar de “gemeenschappelijke aankopen” worden opgeborgen. In onze huidige denkwereld lijkt zoiets vrij bizar.

Technologie staat centraal in de kleine woonruimtes. Een intercom brengt je in verbinding met elke woonst en met de gemeenschappelijke zitruimte. In de gemeenschappelijke keuken is een tablet niet te missen op de tafel. Hoewel het niet bij de eigenlijke reconstructie van de appartementen hoort, zie je door een vals raam een geprojecteerde stad. De toekomst lijkt onvermijdelijk. Zullen we echt als groepen samenwonen in hypermoderne gebouwen?

In de meer dichtbevolkte landen zoals Japan wordt het alvast een realiteit. Het land vormde een inspiratie voor deze tentoonstelling. Getuigenissen van mensen die in zo’n woningen geleefd hebben, lijken optimistisch. Maar als je naar ons eigen land kijkt, waar sommige gezinnen nog erg gesteld te lijken zijn op hun alleenstaande huizen, is het toch moeilijk om te geloven dat zo’n cultuur hier zou ontstaan. Een generatie van mensen, gezinnen, vrienden en vreemden die ineens allemaal samenwonen. Moeilijk om in te beelden dat Belgen kunnen losbreken van hun asociaal geworden natuur.

Anonieme getuigenis: “In mijn oude gedeelde flat discussieerden we altijd over wie de keuken en de badkamer moest schoonmaken. Hier kunnen we samen het geld gebruiken dat we besparen door de lage huur. Zo huren we twee keer per week iemand in om de gemeenschappelijke ruimtes te poetsen. Iedereen zorgt voor zijn eigen kamers en badkamers.”

Het collectief samenleven wordt in deze tentoonstelling heel modernistisch en utopisch voorgesteld. Het blijft echter giswerk of deze vorm van wonen echt wereldwijd kan aanslaan. Vermoedelijk hangt dat af van land tot land en maatschappij tot maatschappij. Maar één ding is de gemeenschapsarchitectuur ongetwijfeld: een verfrissende verandering in de woonsector zoals we die vandaag kennen.