Bagaar is een theatrale herwerking van de film Coup de torchon, van Bernard Tavernier. Een film over witte kolonialisten in Afrika, net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. LAZARUS en Guy Cassiers kozen ervoor om de setting om te gooien naar de toekomst, op Eiland 64. Het beste eiland op 63 na, aangezien er maar 64 zijn. Een gemilitariseerd lapje grond van verderf. 

Koen De Graeve kruipt in de huid van Lucien Cordier, chef van het eiland. Die tijdens de openingsscène al meteen met zijn broek tot op de enkels staat. En hoewel de chef bij aanvang een flierefluiter lijkt, evolueert hij tot een dikke lul. Een zwakke leider die constant op zoek is naar bevestiging en zijn eigen praatjes gelooft. Koen De Graeve zet een stamelende chef op scène, die moordt voor ‘gerechtigheid’.

Het stuk kaart het vluchtelingendebat, in dit geval ‘de vluchters’ sterk aan. Niet enkel via de effectpedalen worden rake klappen uitgedeeld, maar ook via een vette knipoog naar onze maatschappij. “If you snif on the shit, in the end you go down with it.” Politieke spelletjes en machtsverhoudingen brengen de personages elk tot een eigen evolutie, waardoor ze aan het einde van het stuk een volledig andere positie innemen tegenover Lucien. 

Katelijne Damen, la femme van Lucien en van de bourgeoisie, trekt het stuk naar een hoger niveau. Met haar groteske gebaren en mélange van Frans en Nederlandse taal baant ze zich als een wervelwind door het verhaal heen. Een karikatuur voor ‘de vrouw van’, die aan de zijlijn haar eigen pleziertjes beleeft. Damen bewijst met deze rol als vaste waarde van Het Toneelhuis nogmaals wat ze als actrice in haar mars heeft. 

Nono. Hond, schoonbroer en minnaar ten huize Cordier, zorgde voor een absurditeit die meerdere lachbuien deed weergalmen. Een simpele ziel die uitgebuit wordt voor de grootte van zijn geslacht, maar die vooral heel erg onderschat wordt. Joris Van den Brande bewijst dat blaffende honden soms wel degelijk bijten, en een lelijke wonde kunnen nalaten. 

Wat mij minder kon bekoren in heel het stuk is het personage van Charlotte Vandermeersch. Hoewel ze als Rose het onderste uit de kan haalde, bleef ik inhoudelijk op mijn honger zitten. Ik vind het jammer dat het cliché van de blonde del die enkel goed genoeg is voor een affaire, een plaats krijgt in dit geheel zonder dat er naar een catharsis wordt toegewerkt. Ik had het mooi gevonden om te zien dat er onder al de clichés van het personage, toch meer zat. 

Desondanks vind ik dat LAZARUS en Guy Cassiers in de toekomst nog meermaals de handen in elkaar mogen slaan.